Pestbeleid en nee tegen racisme
Wij staan als groep voor een veilige en respectvolle Scouts, waar iedereen zich welkom voelt ongeacht afkomst, huidskleur, religie, geslacht, geaardheid of overtuiging. Pesten en racisme horen hier niet thuis, beiden zorgen ervoor dat iemand zich uitgesloten of minderwaardig voelt, en dat druist in tegen onze waarden van vriendschap, solidariteit en respect.
Wat valt volgens ons onder ‘pesten’ of discriminerend gedrag:
- Uitgesloten worden uit de groep.
- Fysieke agressie (slaan, schoppen, duwen, …) gericht naar een ander persoon.
- Opzettelijk spullen van anderen afpakken, verstoppen of beschadigen.
- Anderen beledigen of negatieve opmerkingen geven, ook over afkomst, huidskleur, taal, geloof, gender of geaardheid.
- Meedoen (of meelopen) met ‘een pester’.
- Racistische of discriminerende uitspraken doen, of racistische grappen maken.
- Stereotypen of vooroordelen verspreiden die anderen kunnen kwetsen.
Stap 1: Signaleren.
In de eerste plaats rekenen we erop dat jullie als ouders onmiddellijk contact met ons (groepsleiding en of leiding) opnemen van zodra jullie volgende zaken vernemen van jullie kind:
- Je kind gepest wordt of anderen gepest ziet worden.
- Je kind uitgesloten wordt of het gevoel heeft er niet bij te horen.
- Er via sociale media negatief, kwetsend of racistisch over anderen gepraat wordt.
- Je kind meedoet of meelacht met pestgedrag of discriminerende opmerkingen.
Stap 2: Aanspreken en bewust maken van het pestgedrag.
Wanneer pesten of discriminerend gedrag wordt vastgesteld, zal de leiding een gesprek aangaan met de betrokken personen: de pester(s) en het kind dat gepest of gediscrimineerd werd. Tevens zal met de volledige tak waar gepest wordt dit thema besproken worden, zonder dat namen genoemd worden.
Gesprek met kind dat gepest wordt en ouders, samen met leiding en groepsleiding.
Op die manier zijn de ouders op de hoogte en horen ze het verhaal van hun kind, samen met het verhaal van de leiding.
Samen zal besproken worden wat er verder nodig is om dit pestgedrag te stoppen.
Stap 3: Gesprek met het pestende kind en ouders, samen met leiding en groepsleiding.
Indien de gemaakte afspraken uit vorige stappen niet voldoende blijken om pestgedrag te stoppen, zal een gesprek volgen met het pestende kind en de ouders.
Het is belangrijk dat ouders hiervan op de hoogte zijn en betrokken worden.
Stap 4: Time-out.
Indien vorige stappen niet helpend zijn om pestgedrag te stoppen, dan zien we ons genoodzaakt om ‘de pester’ of ‘de persoon die discrimineert’ een time-out van 2 weken te geven. Dat wil zeggen dat hij/zij 2 weken na elkaar niet naar de Scouts kan komen.
We hopen dat die periode ruimte biedt om na te denken over het gedrag en de impact ervan. Een beslissing tot time-out wordt genomen door de groepsleider in samenspraak met de leiding.